Definition: tussenvariëteit tussen standaardtaal en dialecten (ook soms tussentaal genoemd)
Card 2
Question
Leenwoord
Answer
Definition: woord ontleend aan een andere taal (in een later stadium van de ontwikkeling)
Card 3
Question
Isoglosse
Answer
Definition: een lijn op een geografische kaart die een taalgebied afgrenst op basis van een gemeenschappelijk linguïstisch kenmerk (meestal fonetisch, maar soms ook lexicaal, morfologisch of syntactisch; vb. grens tussen ‘appel’ en ‘apfel’. Bij uitbreiding wordt de term gebruikt i.v.m. met het linguïstische kenmerk zelf.
Card 4
Question
Plofklank
Answer
Definition: zie ook occlusief - (ook explosief/plofklank): een medeklinker die geproduceerd wordt met een volledige obstructie ergens in het spraakkanaal (vb. /p/, /t/, /k/)
Card 5
Question
Labiodentaal
Answer
Definition: klanken waarbij de onderlip tegen de boventanden wordt geplaatst, zoals /f/
Card 6
Question
Affricaat
Answer
Definition: combinatie van een occlusief en een fricatief met (vrijwel) identieke plaats van articulatie, b.v. /ts, pf/
Card 7
Question
Locatief
Answer
Definition: naamval die de plaats aanduidt
Card 8
Question
Infix
Answer
Definition: tussenvoegsel, subtype van een affix
Card 9
Question
Lexicon
Answer
Definition: woordenschat
Card 10
Question
Causatief
Answer
Definition: werkwoorden of structuren die uitdrukken dat een handeling een andere handeling als gevolg heeft (bv. leggen = doen liggen)
Card 11
Question
Code-switching
Answer
Definition: alterneren van talen binnen een gesprek (ganse zin of één enkel woord)
Card 12
Question
Stamboomtheorie/model
Answer
Definition: overzichtelijke weergave van hoe dochtertalen zich aftakken en verder ontwikkelen
Card 13
Question
Koiné
Answer
Definition: letterlijk ‘gemeenschappelijke taal’, ruim verspreid, meestal gegroeid uit een dialect
Card 14
Question
Erfwoordenschat
Answer
Definition: basiswoordenschat aanwezig in het oudste taalstadium
Card 15
Question
Lenitie
Answer
Definition: proces waarbij klanken op een minder krachtige manier worden gerealiseerd
Card 16
Question
Dualis
Answer
Definition: flexievorm die het aantal ‘twee’ inhoudt
Card 17
Question
Glosse
Answer
Definition: verklaring van een woord
Card 18
Question
Foneem
Answer
Definition: klank die een woordonderscheidende functie heeft
Card 19
Question
Preteritum
Answer
Definition: verleden tijd
Card 20
Question
Incorporerend (of polysynthetisch)
Answer
Definition: morfologisch taaltype, met lange en complexe woorden (mengeling van agglutinatie en flexie). Bv. Eskimo
How to use this set
Read the preview and check whether the content and answers suit your learning goal. You can add the public set to your sets to study it. Your account shows the available actions.