Definition: klinkerwisseling (bij sterke werkwoorden), zoals in Ned. vind, vond, Lat. ago, ēgi
Card 2
Question
Accent
Answer
Definition: hoofdklemtoon in een woord (beginaccent vs. vrij of variabel accent)
Card 3
Question
Adstraattalen
Answer
Definition: buurtalen (niet-dominant taalcontact)
Card 4
Question
Affix
Answer
Definition: gebonden morfeem (d.w.z. niet los voorkomend). Men onderscheidt prefixen (ver- in verlopen), infixen en suffixen (-ig in ellendig)
Card 5
Question
Affricaat
Answer
Definition: combinatie van een occlusief en een fricatief met (vrijwel) identieke plaats van articulatie, b.v. /ts, pf/
Card 6
Question
Agglutinerende talen
Answer
Definition: morfologisch taaltype waarbij de woorden bestaan uit een opeenvolging van morfemen met elk één specifieke informatie (vb. Turks, Hongaars)
Card 7
Question
Alfabetisch
Answer
Definition: schriftsysteem waarbij elk teken (idealiter) één klank uitdrukt.
Card 8
Question
Alveolair
Answer
Definition: klank gevormd met de tong tegen de bovenste tandkas (alveolum), b.v. /d, t, n/, l/
Card 9
Question
Analytisch (vs synthetisch)
Answer
Definition: het weergeven van functies door perifrastische structuren (voorzetselconstructie vs casus)
Card 10
Question
Apocope
Answer
Definition: verlies van een korte eindklinker
Card 11
Question
Aspect
Answer
Definition: wijze waarop het verloop van een handeling wordt gepresenteerd (in een werkwoordsvorm) voltooid vs onvoltooid, duur enz.
Card 12
Question
Aspiratie
Answer
Definition: de ademstroom waarvan een klank vergezeld kan gaan: vb. aangeblazen explosieven (/bh/, /dh/, /gh/)
Card 13
Question
Assibilatie
Answer
Definition: klankverandering waarbij een occlusief verandert in een affricaat of sibilant
Card 14
Question
Assimilatie
Answer
Definition: klankverandering waarbij klinkers of medeklinkers zich aanpassen aan klanken in hun omgeving, b.v. bakzeil uitgesproken als [bakseil] vs. zakdoek uitgesproken als [zagduk] (vs. dissimilatie)
Card 15
Question
Attrition
Answer
Definition: slijtingsproces van talen
Card 16
Question
Basiswoordvolgorde
Answer
Definition: woordvolgorde die gebruikt wordt in onafhankelijke mededelende zinnen met nominale subjecten en objecten
Card 17
Question
Bilabiaal
Answer
Definition: klank gevormd door contact van beide lippen, b.v. /m, p, b/
Card 18
Question
Casus
Answer
Definition: naamval
Card 19
Question
Casussysteem
Answer
Definition: taalsysteem waarbij de functies aangeduid worden door woorduitgang (flexie) bv. het Latijn
Card 20
Question
Causatief
Answer
Definition: werkwoorden of structuren die uitdrukken dat een handeling een andere handeling als gevolg heeft (bv. leggen = doen liggen)
How to use this set
Read the preview and check whether the content and answers suit your learning goal. You can add the public set to your sets to study it. Your account shows the available actions.