Back to overview

Europese talen in contact - Begrippenlijst - volledig

Begrippenlijst - volledige versie met alle 157 termen

Subject
Language / Dutch
Language of creation
Dutch
157 flashcards No ratings yet 0 views
Add to my sets

Sign in to add this set to your collection. You will return here afterwards.

Cards in this set

Card 41

Question

Diafasie

Answer

Definition: situatiegebonden taalvariatie

Card 42

Question

Diaglossie

Answer

Definition: term gebruikt door P. Auer (2005, 2011), waarmee hij het creëren van tussenvormen tussen de standaardtaal en de dialecten bedoelt (niet te verwarren met de algemeen aanvaarde term diglossie)

Card 43

Question

Dialect

Answer

Definition: taalvariëteit die door isoglossen van andere taalvariëteiten onderscheiden wordt; wordt zowel voor een geheel van taalvariëteiten als voor de verschillende subvariëteiten gebruikt, b.v. Gents als (sub)dialect van het Oostvlaams, Oostvlaams als dialect van

Card 44

Question

Dialectcontinuum

Answer

Definition: aangrenzende dialecten die min of meer vloeiend in elkaar overlopen, b.v. Westromaans of Continentaal Westgermaans (kwgm) dialectcontinuum

Card 45

Question

Diamesie

Answer

Definition: mediumgebonden taalvariatie (gesproken vs geschreven taal)

Card 46

Question

Diatopie

Answer

Definition: geografische taalvariatie

Card 47

Question

Diastratie

Answer

Definition: sociale taalvariatie

Card 48

Question

Diftong of tweeklank

Answer

Definition: een combinatie van twee klinkers in 1 lettergreep (vb. ei in eik)

Card 49

Question

Diftongering

Answer

Definition: de evolutie van een monoftong naar een tweeklank, vb. Lat. porta → Sp. puerta (tegenovergestelde van monoftongering)

Card 50

Question

Diglossie

Answer

Definition: de situatie waarbij een gemeenschap twee talen of taalvariëteiten gebruikt afhankelijk van de communicatieve functie (= functionele specialisatie van de gebruikte talen)

Card 51

Question

Diminutief

Answer

Definition: verkleinwoord, b.v. kind → kind-je

Card 52

Question

Dissimilatie

Answer

Definition: klankverandering waarbij identieke of nauwverwante klinkers of medeklinkers minder op elkaar lijken, b.v. Nl. lepel vs. dial. leper

Card 53

Question

Dochtertaal

Answer

Definition: taal die uit een oudere taal is ontstaan (de ‘moeder’)

Card 54

Question

Doublet

Answer

Definition: twee verschillende vormen met gemeenschappelijke etymologische oorsprong (erfwoord vs leenwoord). Vaak verschillende betekenissen

Card 55

Question

Dualis

Answer

Definition: flexievorm die het aantal ‘twee’ inhoudt

Card 56

Question

Elisie

Answer

Definition: het wegvallen of weglaten van klanken, b.v. ’t is me wa’

Card 57

Question

Enclise

Answer

Definition: postpositie bv. van het lidwoord

Card 58

Question

Endoglossie

Answer

Definition: inheemse standaardtaal, gegroeid uit de dialecten

Card 59

Question

Epenthese

Answer

Definition: inlassing van één of meerdere klanken in een woord of samenstelling zonder dat daarvoor een etymologische reden is

Card 60

Question

Equivalence constraint

Answer

Definition: bij code-switching: het respecteren van de grammaticaliteitsnormen van beide talen

How to use this set

Read the preview and check whether the content and answers suit your learning goal. You can add the public set to your sets to study it. Your account shows the available actions.

Rejoining the server...

Rejoin failed... trying again in seconds.

Failed to rejoin.
Please retry or reload the page.

The session has been paused by the server.

Failed to resume the session.
Please reload the page.