Back to overview

Deutsch Fremdsprache - Starke Verben - EduKempen

das Präsens - das Präteritum - das Perfekt

Subject
Language / Dutch
Language of creation
German
116 flashcards No ratings yet 0 views
Add to my sets

Sign in to add this set to your collection. You will return here afterwards.

Cards in this set

Card 1

Question

beginnen
hij begon
hij is begonnen

Answer

anfangen
er fing an
er hat angefangen

Card 2

Question

bevelen
hij beval
hij heeft bevolen

Answer

befehlen
er befahl
er hat befohlen

Card 3

Question

beginnen
hij begon
hij is begonnen

Answer

beginnen
er begann
er hat begonnen

Card 4

Question

bijten
hij beet
hij beet

Answer

beiben
er biss
er hat gebissen

Card 5

Question

bedriegen
hij bedroog
hij speelde vals

Answer

betrügen
er betrog
er hat betrogen

Card 6

Question

buigen
hij boog
hij boog zich voorover

Answer

biegen
er bog
er hat gebogen

Card 7

Question

bod
hij bood
hij gebood

Answer

bieten
er bot
er hat geboten

Card 8

Question

binden
hij bond
hij heeft gebonden

Answer

binden
er band
er hat gebunden

Card 9

Question

verzoek
hij verzocht
hij heeft gevraagd

Answer

bitten
er bat
er hat gebeten

Card 10

Question

blijven
hij bleef
hij is gebleven

Answer

bleiben
er blieb
er ist geblieben

Card 11

Question

breken
hij brak
hij is gebroken

Answer

brechen
er brach
er hat gebrochen

Card 12

Question

branden
hij brandde
hij heeft gebrand

Answer

brennen
er brannte
er hat gebrannt

Card 13

Question

brengen
hij bracht
hij heeft meegebracht

Answer

bringen
er brachte
er hat gebracht

Card 14

Question

denken
hij dacht
er heeft gedacht

Answer

denken
er dachte
er hat gedacht

Card 15

Question

kunnen | mogen
hij kon | hij mocht
hij heeft gekund | heeft gemogen

Answer

dürfen
er durfte
er hat gedurft

Card 16

Question

uitnodigen
hij nodigde uit
hij heeft uigenodigd

Answer

einladen
er lud ein
er hat eingeladen

Card 17

Question

ontvangen
hij ontving
hij heeft ontvangen

Answer

empfangen
er empfing
er hat empfangen

Card 18

Question

adviseren |aanbevelen
hij adviseerde
hij heeft geadviseerd

Answer

empfehlen
er empfahl
er hat empfohlen

Card 19

Question

eten
hij at
hij heeft gegeten

Answer

essen
er ab
er hat gegessen

Card 20

Question

rijden
hij reed
hij heeft gereden

Answer

fahren
er fuhr
er ist gefahren

How to use this set

Read the preview and check whether the content and answers suit your learning goal. You can add the public set to your sets to study it. Your account shows the available actions.

Rejoining the server...

Rejoin failed... trying again in seconds.

Failed to rejoin.
Please retry or reload the page.

The session has been paused by the server.

Failed to resume the session.
Please reload the page.