Definition: taalgebruik dat specifiek is voor bepaalde situaties, b.v. hoog vs. laag
Card 23
Question
Ontlening
Answer
Definition: uit een andere taal overgenomen woord of vaste verbinding
Card 24
Question
Ingvaeonisme
Answer
Definition: specifieke kenmerken van de Noordzee-Germaanse groep (volkeren die in het Latijn “Ingvaeones” werden genoemd)
Card 25
Question
Vocaal
Answer
Definition: klinker
Card 26
Question
Diminutief
Answer
Definition: verkleinwoord, b.v. kind → kind-je
Card 27
Question
Syncope
Answer
Definition: verlies van een klinker in het midden van een woord (bv /k/ in de overgang van lat. oculum naar Fr. oeil)
Card 28
Question
L2
Answer
Definition: tweede taal (bij taalcontact of taalverwerving)
Card 29
Question
Universalia
Answer
Definition: Absolute universalia: geldig voor alle talen (beperkt in aantal) - Statistische universalia: geldig voor een grote meerderheid van de talen (= tendenties) - Implicatieve universalia: zijn van het type ‘als X dan Y’ (voorwaardelijke universalia)
Card 30
Question
Golftheorie/golfmodel
Answer
Definition: theorie die taalveranderingen ziet als golven die zich over een gebied verspreiden: niet alle golven gaan dezelfde kant uit of komen even ver (alternatief voor het strakke stamboommodel)
How to use this set
Read the preview and check whether the content and answers suit your learning goal. You can add the public set to your sets to study it. Your account shows the available actions.