Back to overview

Europese talen in contact – Begrippenlijst - 031-060

Begrippenlijst - Studieversie met ca. 30 termen (van 156)

Subject
Language / Dutch
Language of creation
Dutch
30 flashcards No ratings yet 0 views
Add to my sets

Sign in to add this set to your collection. You will return here afterwards.

Cards in this set

Card 1

Question

Golftheorie/golfmodel

Answer

Definition: theorie die taalveranderingen ziet als golven die zich over een gebied verspreiden: niet alle golven gaan dezelfde kant uit of komen even ver (alternatief voor het strakke stamboommodel)

Card 2

Question

Diftongering

Answer

Definition: de evolutie van een monoftong naar een tweeklank, vb. Lat. porta → Sp. puerta (tegenovergestelde van monoftongering)

Card 3

Question

Fricatief

Answer

Definition: klank waarbij de lucht met schurend of sissend geluid door een vernauwing van het mondkanaal gaat (vb /f/, /s/)

Card 4

Question

Definition

Answer

Definition: een pidgintaal die uitgegroeid is tot een moedertaal

Card 5

Question

Velarisatie

Answer

Definition: het velair worden

Card 6

Question

Syllabisch

Answer

Definition: schriftsysteem waarbij elk teken een lettergreep uitdrukt, hetzij een klinker, hetzij een combinatie van medeklinker + klinker, b.v. Myceens lineair B, spijkerschrift (Sumerisch, Hittitisch, Oudperzisch)

Card 7

Question

Experiencer

Answer

Definition: ervaarder

Card 8

Question

Ervaarder

Answer

Definition: entiteit die een emotionele toestand ondergaat (mens/dier)

Card 9

Question

Analytisch (vs synthetisch)

Answer

Definition: het weergeven van functies door perifrastische structuren (voorzetselconstructie vs casus)

Card 10

Question

Assimilatie

Answer

Definition: klankverandering waarbij klinkers of medeklinkers zich aanpassen aan klanken in hun omgeving, b.v. bakzeil uitgesproken als [bakseil] vs. zakdoek uitgesproken als [zagduk] (vs. dissimilatie)

Card 11

Question

Assibilatie

Answer

Definition: klankverandering waarbij een occlusief verandert in een affricaat of sibilant

Card 12

Question

Linguistic area

Answer

Definition: zie ook Sprachbund - geografisch gebied van 3 of meer talen die gemeenschappelijke structurele kenmerken vertonen die het resultaat zijn van intens taalcontact en niet veroorzaakt zijn door genetische verwantschap, b.v. de Balkantalen (Grieks, Albanees, Romani, Bulgaars, Macedonisch, Roemeens en Turks)

Card 13

Question

Epenthese

Answer

Definition: inlassing van één of meerdere klanken in een woord of samenstelling zonder dat daarvoor een etymologische reden is

Card 14

Question

Erfwoord

Answer

Definition: woord dat al in het oudste taalstadium aanwezig was (vs leenwoord)

Card 15

Question

Exoglossie

Answer

Definition: geïmporteerde standaardtaal

Card 16

Question

Stimulus

Answer

Definition: entiteit die een emotionele toestand veroorzaakt

Card 17

Question

Contactlinguïstiek

Answer

Definition: studie van taalcontact in al haar vormen

Card 18

Question

Diachronie

Answer

Definition: studie van taalstructuren door de tijd heen

Card 19

Question

Referent

Answer

Definition: de entiteit waarnaar door een vorm/woord verwezen wordt

Card 20

Question

Monoftongering

Answer

Definition: verandering van een diftong in een monoftong (tegenovergestelde van diftongering)

How to use this set

Read the preview and check whether the content and answers suit your learning goal. You can add the public set to your sets to study it. Your account shows the available actions.

Rejoining the server...

Rejoin failed... trying again in seconds.

Failed to rejoin.
Please retry or reload the page.

The session has been paused by the server.

Failed to resume the session.
Please reload the page.