MemoCard / Public flashcard sets / Deutsch Fremdsprache - Starke Verben - EduKempen Back to overview Deutsch Fremdsprache - Starke Verben - EduKempen
das Präsens - das Präteritum - das Perfekt
Subject Language / Dutch
Language of creation German 116 flashcards
No ratings yet
0 views
Add to my sets
Sign in to add this set to your collection. You will return here afterwards.
Cards in this set Card 61
Question
genieten hij genoot hij heeft genoten
Answer genießen er genoss er hat genossen
Card 62
Question
gebeuren het gebeurde het is gebeurd
Answer geschehen es geschah es ist geschehen
Card 63
Question
winnen hij won hij heeft gewonnen
Answer gewinnen er gewann er hat gewonnen
Card 64
Question
gieten hij goot hij heeft gegoten
Answer gieben er goss er hat gegossen
Card 65
Question
lijken hij leek hij heeft geleken
Answer gleichen er glich er hat geglichen
Card 66
Question
glijden hij gleed hij heeft geleden
Answer gleiten er glitt er ist gelitten
Card 67
Question
graven hij groef hij heeft gegraven
Answer graben er grub er hat gegraben
Card 68
Question
grijpen hij greep hij heeft gegrepen
Answer greifen er griff er hat gegriffen
Card 69
Question
houden hij hield vast aan hij heeft vastgehouden
Answer halten er hielt er hat gehalten
Card 70
Question
hangen hij hing hij heeft gehangen
Answer hängen er hing er hat gehangen
Card 71
Question
hijsen hij hees hij heeft gehezen
Answer heben er hob er hat gehoben
Card 72
Question
heten hij heette hij heeft geheten
Answer heiben er hieb er hat geheiben
Card 73
Question
helpen hij hielp hij heeft gehopen
Answer helfen er half er hat geholfen
Card 74
Question
kennen hij kende hij heeft gekend
Answer kennen er kannte er hat gekannt
Card 75
Question
komen hij kwam hij is gekomen
Answer kommen er kam er ist gekommen
Card 76
Question
kunnen hij kon hij heeft gekund
Answer können er konnte er hat gekonnt
Card 77
Question
kruipen hij kroop hij heeft gekropen
Answer kriechen er kroch er ist gekrochen
Card 78
Question
laten hij liet hij heeft gelaten
Answer lassen er lieb er hat gelassen
Card 79
Question
lopen hij liep hij heeft gelopen
Answer laufen er lief er ist gelaufen
Card 80
Question
lijden hij leed hij heeft geleden
Answer leiden er litt er hat gelitten
Previous Page 4 of 6 Next How to use this set
Read the preview and check whether the content and answers suit your learning goal. You can add the public set to your sets to study it. Your account shows the available actions.